vrijdag 25 januari 2008

Vakantieverslag deel 2

Voordat je dit leest, scroll eerst naar beneden en lees daar deel 1 :).

Dag 10: 216 meter is niet hoog?
Op de 10e dag maken we de tocht richting het Addo Elephant Park. Onderweg komen we langs de Bloukransrivier, waar de hoogste bungeejump van de wereld staat. Van ons gezelschap met stoere reizigers durft alleen Jeroen na enig nadenken de sprong in het diepe aan. Hoewel Jeroen van tevoren nog de nodige peentjes zweet, hebben wij achteraf wel het nakijken: hij kan weer een vinkje op zijn “things to do before you die”-lijstje.

Dag 11: Addo Elephant Park
Woorden schieten te kort. Bekijk de foto’s!


Dag 12: Uitwaaien op het strand
Nog bijkomende van de geweldige ervaringen in het Addo Elephant Park de vorige dag, rijden we naar Cintsa, een plaatsje in het zuid-oosten van de Wildcoast (het vroegere Transkei). Dit is een gebied waar nog veel Xhosa bij elkaar leven. We merken langzamerhand ook dat, hoe verder we van de Kaap verwijderd raken, het percentage zwarte Afrikanen steeds meer de overhand neemt ten opzichte van de blanken en de kleurlingen.

In Cintsa aangekomen blijkt het een goed idee om even lekker uit te waaien op het strand en enkele stappen tot een volledige duik in zee te nemen. Omdat we hier de Indische Oceaan hebben, is de temperatuur zeker zo gek nog niet. De dag eindigt met, cliché, een braai, die wat lastig aan te steken is door de enorme wind in de Wildcoast. We wisten deze dag echter nog niet wat ons op het gebied van “braaien in extreme omstandighenden” nog te wachten stond...

Dag 13: Molo Sisubo
Hoewel het lastig is de dagen met elkaar te vergelijken, omdat ze zo ontzettend wisselend zijn, wil ik toch deze dag tot de mooiste dag van de vakantie benoemen. Via de eigenaar van onze lodge hebben we geregeld dat we deze dag een Xhosa-dorp bezoeken. Om negen uur moeten we, na een slecht begaanbare weg over kleine bruggetjes, ene Michael ontmoeten bij het plaatselijke politiestationnetje. Het plot van de dag wijkt niet af van dat van een slechte B-film: Michael blijkt natuurlijk niet op de afgesproken tijd op de afgesproken plek te zijn. Aan drie kleine meisjes, waarvan we denken dat het Xhosa zijn, vragen we of dit het politiestation is. Verder dan “Police Station?” en het antwoord “Yes” komt het niet.

Bij het politiestatin vragen we verder, maar ook hier blijkt niemand Michael te kennen. Dan maar een telefoontje naar Michael (niet bereikbaar) en de eigenaar van de lodge, die ons even later terugbelt om te vertellen dat er als het goed is drie kleine meisjes op ons wachten. Naief als we waren, hadden we hen als contactpersoon over het hoofd gezien. Goed, dan bevind je je op het punt dat jij weet dat die drie kleine meisjes jouw gids gaan zijn. Die drie kleine meisjes weten echter nog niet dat ze jou moeten gidsen. Hoe maak je ze dat duidelijk? Vragen in het Engels (“Do you bring us to your Xhosa-town?”)? Dat is natuurlijk nutteloos (“I don’t speak English”). Afrikaans proberen (“Afrikaans?”). Ook niet (“Only Xhosa”). Op zo’n moment merk je pas hoe een taal mensen kan verbinden, of juist deze verbinding tegen kan gaan.

Op een gegeven moment zie ik gelukkig het licht en denk ik er aan de naam van onze contactpersoon te noemen. De naam Michael heeft hetzelfde effect als de Sesam Open U van Ali Baba: de drie meisjes springen op en terwijl ze “I know Mr. Michael” roepen bezetten ze in drie tellen onze achterbank. “To the right sir!”, “To the left sir” en verder al zwaaiende naar hun dorpsgenoten en zingende rijden we het Xhosa-dorpje in. Op een gegeven moment sterkt het zingen van de drie meisjes aan tot een ontzettend volume, dat opeens overgenomen wordt door een groep mensen bij een van de huisjes: we worden welkom geheten in het Xhosa-dorp.

Enkele liedjes later heet Mama Tofu ons welkom. Deze kwieke 88-jarige moeder gaat ons vandaag rondleiden door de Xhosa-cultuur. Er volgt uitleg over de cultuur, over de levenswijze, over de taal (met de drie verschillende tongklikken), over de familie van Mama Tofu, die, zijnde een begenadigd spreekster, onze aandacht geen moment laat verslappen. Als ontspanning lopen we een tochtje naar de rivier waar de dorpelingen vroeger hun water haalden. We hebben nog geen twee stappen gezet, of van ons allemaal wordt een hand gegrepen door een Xhosa-meisje. Zij zullen met ons meelopen. Mijn tocht wordt gegidst door Sisubo, een leergierig, elfjarig meisje die mij langzaam weg wijst in de Xhosa-taal. “Molo” betekent “hallo” en dat mag ik dan weer antwoorden met “aweke”, dat “hi” betekent. Het enthousiasme van de meisjes die, naar onze normen, een veel lagere levensstandaard hebben dan wij, is aanstekelijk en hun ontdekkingsdrift is onuitputtelijk. Zonnebrillen worden van ons geleend, de foto’s op de digitale camera’s worden bekeken en wanneer blijkt dat ik nog meer borsthaar heb dan de andere mannen in onze groep, blijkt dat helemaal hilarisch te zijn: zwarte mensen hebben nagenoeg geen lichaamsbeharing, dus wat dat betreft lijken wij van een andere planeet te komen.

Tegen de middag mogen we deelnemen aan een lunch met origineel Xhosa-eten: butternut, dat een beetje als gezoete wortel smaakt, mealiespap (gestampte maispap) met bonen, enkele andere gerechten en, als laatste, Afrikaanse Salad, een soort rijstepap die je zelf mag aanlengen met erg zure melk. De reacties op dit eten zijn binnen onze groep zéér wisselend. Na de lunch loopt ons bezoek aan de Xhosa ten einde. Aan de lengte van het hierboven geschreven stuk, dat geen recht doet aan het gevoel dat het bezoek achterlaat, valt al wel af te lezen dat ik dit toch een van de mooiste belevenissen van onze vakantie vond. In de auto terug voeren we nog een uitgebreidde discussie over de levensstandaard van de Xhosa-mensen. Enkelen zijn van mening dat deze mensen hier prachtig leven en dat je, als je zo geboren bent, toch misschien wel gelukkiger bent dan wij westerlingen. Zelf ben ik een andere mening aangedaan: ik kan me goed voorstellen dat deze mensen opkijken tegen statussymbolen als auto’s en telefoons, die wij misschien al weer beginnen te verachten. Hoewel deze mensen zeker niet ongelukkig zijn, is het niet aan ons om te bepalen dat zij gelukkig leven.

Aan het eind van de dag komen we weer bij het huisje aan. Omdat we hier geen kookgerei is, zit er niets anders op dan te gaan braaien. Vanwege de fikse wind lukt het echter niet om zelfs de aanmaakblokjes aan te krijgen. Lachend loopt de eigenaar van de lodge, J.J., op ons af: “Guys, I see that is not working. Wait for five minutes.” Vijf minuten later blijkt J.J. naar de supermarkt te zijn geweest om een colafles parafine te halen en ons een lesje “Braaien Eastcoast Style” te geven. In overleg met Jeroen besluit ik dat we vanaf vandaag ook de titel ‘Braaimaster 3a, certificate for braaiing under harsh conditions” mogen voeren.

Dag 14: Meeting Mr. Michael
Hoewel we Mr. Michael voor het Xhosa-dorp niet gezien hadden, troffen we hem nog kort toen hij bij J.J. koffie kwam drinken. Direct nodigt hij ons uit om de volgende dag, wanneer we onze reis naar de Sani Pas aanvaarden, een kop koffie te komen drinken op zijn farm. Zulke hartelijkheid kan en mag je niet in de wind slaan en de volgende ochtend zijn we dan ook rond tienen op zijn boerderij. Direct krijgen we een inleiding in zijn stukje ‘oplichting’: er is een klein Xhosa-dorpje nagebouwd, waar nota bene Mama Tofu toeristen af en toe vertelt over hun cultuur. Oplichting! Of toch niet? Betalen we in Nederland niet ook grof geld om naar een voorstelling van een toneelgroep te gaan? En als je daar heen gaat, krijg je dan inheems Xhosa-eten?

Tijdens de koffie adviseert Michael ons om dieper KwaZulu-Natal in te gaan dan we gepland hebben, om zo ook het leven van de Zulu te zien. Helaas moeten we zijn voorstel in de wind slaan, omdat het slecht past in onze tijdsplanning. We reizen daarom, zoals gepland, door naar de Sani Pas, waar we een wat duurdere lodge nemen, omdat veel lodges volgeboekt of niet bereikbaar zijn. De lodge is echter prima. Helaas kunnen we uiteindelijk de Sani Pas niet doen, want die voert tot in Lesotho en onze auto’s mogen van het verhuurbedrijf het buitenland niet in...

Dag 15: Slaapplek vinden
Dag 15 is de dag dat we naar de echte Drakensbergen rijden, natuurlijk weer over zandweggetjes door de Drakensberg. In de loop van de dag wordt het spannend of we nog een overnachting krijgen, want alle lodges blijken vol te zitten of boven ons budget te zitten. We besluiten langs het White Mountain resort te rijden om te kijken of zijn nog folders/telefoonnummers van lodges te hebben. Daar aangekomen blijken de prijzen niet al te duur (we zitten net buiten het hoogseizoen) en blijkt de manager erg happig om ons hier te laten slapen (“He said yes!” nadat we elkaar instemmend toespraken). De slaapplaats blijkt erg goed te zijn en we boeken dan ook direct nog een dag bij, zodat we de volgende dag lekker kunnen wandelen.

Dag 16: Hiken Giants Castle
In de buurt van het White Mountain resort liggen de Drakensbergen met het Giant Castle, waar je prachtig kunt wandelen. We besluiten deze dag dan ook te vullen met een wandeling van een stuk of 10 kilometer, het bekijken van rotsschilderingen waaruit archeologen allerlei informatie hebben weten te halen die wij toch niet helemaal zien en het maken van mooie foto’s van de omgeving. Valt er verder nog iets te vertellen over een wandeldag? Weinig.

Dag 17: To the north
Deze dag was een reisdag naar het noorden van de Drakensbergen. Wederom veel volle lodges, of anders het “ons bint zuunig”-principe van tante Ine. Samengevat: na veel omzwervingen vonden we weer een leuk resort dat binnen ons budget lag en waar we ons prima konden vermaken. Nadat we in waren gecheckt zijn we naar Bergville gereden, waar we boodschappen hebben gedaan. In tegenstelling tot het zuiden zie je hier nagenoeg geen blanken, wat soms een beangstigend gevoel lijkt te geven. Niets is echter minder waar: de mensen zijn vriendelijk en behulpzaam, al doen ze sommige dingen op een andere manier dan wij gewend zijn.

Omdat het resort een sauna blijkt te hebben, besluiten we ’s avonds kort de sauna in te gaan. De sauna blijkt erg klein te zijn en amper plaats te bieden aan vier mensen. Na even gekoeld te hebben besluiten we een tweede saunaronde te doen, compleet met Aufgüss: water op de hete stenen gooien om de hoeveelheid waterdamp te verhogen, waardoor de temperatuur weliswaar daalt, maar de gevoelstemperatuur stijgt en daarna lekker wapperen met een handdoek, waardoor de gevoelstemperatuur nog steeds hoger wordt. Voor de mensen die willen weten hoe dit chemisch technologisch zit: we hebben besloten om een keer een flip-over mee te nemen naar Saré om een kort college over warmteoverdrachtscoëfficienten te geven. Je moet je vakgebied toch koesteren, niet? Toch blijken we chemisch niet helemaal wakker: wanneer we een gembergeurtje aan de Aufgüss toe willen voegen door ginger ale op de stenen te gooien, vergeten we voor het gemak dat de suikers in de drank dan gaan reageren. Vijf minuten later ruikt de sauna lekker naar karamel...

Dag 18: Amfitheater
Omdat de Drakensbergen een erg mooi gebied zijn, besluiten we nog een dag te gaan wandelen. Deze keer een erg lange route naar de op-een-na hoogste waterval te wereld, die van een rots afstroomd die door zijn vorm het amfitheater wordt genoemd. De wandeling behelst 20 kilometer, waarvan een stukje door een riviertje heen klauteren. Bepakt en bezakt lopen we dan ook de route. Het is weer een typisch geval van: wat kun je nog meer zeggen over een wandeldag? Bekijk de foto’s.

Dag 19: Op naar Potch
Eindelijk gaan we dan de reis naar onze definitieve eindbestemming aan: Potchefstroom. ’s Middags komen we aan en worden we ontvangen door Niels, die toch net terug is van de universiteit, omdat er geen krag (stroom) is. De stroomproblemen zullen nog een veelvuldige rol in vele verhalen gaan spelen, afgaande op de krantenkoppen. ’s Avonds moeten we natuurlijk braaien met Hein. Er wordt dus ook goed vlees ingekocht, om ’s avonds allemaal in de hongerige monden van iedereen te verdwijnen. Van Hein is geen spoor te zien: hij is naar Pretoria en, hoewel hij om acht uur ’s avonds aangeeft al onderweg naar huis te zijn, komt hij pas diep in de nacht aan, waardoor we hem de volgende dag pas zien. De gezelligheid laat zich er niet door drukken.

Dag 20: De eerste keer naar de PUK
Na het uitslapen ’s ochtends besluiten we lekker weinig te doen. Tegen het middaguur belt Arian mij, om te vertellen dat we om half twee een afspraak hebben bij Henning Krieg, mijn begeleider aan de universiteit hier. Het is een leuke ontmoeting waarin we snel even de aparatuur en chemicaliën verkennen en even nadenken over een oplossing voor het sinteren dat ik moet gaan doen: sinteren is een soort bakproces, waar ik 24 uur achter elkaar een oven voor nodig heb. En wat heeft een oven nodig? Stroom! Gelukkig weten we al snel een afdeling te vinden die een generator heeft, dus misschien dat ik mijn oven daar kan stallen? Anders is het een optie om in het weekend te gaan sinteren, omdat er dan een kleinere kans is op stroomstoringen. Je moet creatief zijn!

We lunchen ’s middags bij de Fishmonger met Hein, Henning, Niels en ons vijfen. Het is erg gezellig en we vermaken ons prima. ’s Avonds is er nog een braai waar we heen kunnen op zo’n 50 km van Potch. Bindikt, Gertjan en ik zitten al vol en besluiten de avond in Potch door te brengen, kaartend bij kaarslicht, want we hebben geen stroom...

Dag 21: Einde vakantie
De laatste dag van de vakantie wordt geëindigt door te lunchen in de Harde Kool. Voor dertig rand (drie euro), krijg je hier een 300 grams steak en twee snee brood met ei. Prijzen waar zelfs de Aldi in Nederland niet mee kan concurreren. Daarna is het tijd voor Arian, Jeroen en Gert om hun spullen te pakken. We vergezellen ze naar het vliegveld bij Johannesburg. De reis is vervelend, omdat we onderweg langs een ongeluk met dodelijke afloop worden gevoerd. Het drukt je toch weer met de neus op de feiten wat betreft verkeersveiligheid. Na het afscheid rijden we door het donker terug naar Potch, richting het einde van de vakantie... Vanaf maandag begint het echte werk!






Vakantieverslag deel 1

Hier dan het hele vakantieverslag. Meer nieuws over Potch volgt snel, want het lijkt er op dat ik nu volcontinu internet heb (lees: zolang er stroom is en ik op de PUK zit, kan in internetten...)

Dag 1: Vlucht naar Kaapstad
Om een verre bestemming te bereiken, is het vliegtuig toch een ideaal vervoersmiddel. Voor ons startte deze reis dan ook op Schiphol. Nou ja, startte... Het blijkt dat cheaptickets.nl haar naam maar half waar maakt: cheap, dat klopte, maar de tickets waren in geen velde of wege te bekennen. Na wat gesteggel konden Jeroen, Bindikt en ik in de vlucht waarin we ook gepland waren. Voor Arian & Gertjan was er echter helaas geen plaats meer. Een plaats in de business class bij KLM vergoedde echter het leed.

De tweede vlucht bleek al even goed geregeld: de plaatsen van Bindikt en mij waren dubbelgeboekt (de rest ging met een andere vlucht, met een tussenstop in Johannesburg – for no reason). Gelukkig konden de plaatsen zo handmatig omgeboekt worden; een probleemloze 14 uur later landden wij dan ook op Cape Town International, een relatief klein vliegveldje in Kaapstad. Nadat de rest hier ook gearriveerd was, werden de auto’s met enige moeite opgehaald, waarna we met een reis door Kaapstad naar onze lodge gingen. Direct vallen de tegenstellingen op tussen de duurdere huizen, met beveiliging (armed response) en de sloppenwijken. Het is niet mogelijk je voor te bereiden op armoede.

’s Middags wordt ons gezelschap uitgebreid met Niels, Lex en Joeri. De komst van Niels wisten we, dat hij twee vrienden uit Potchefstroom mee zou nemen niet. We kunnen gelukkig makkelijk een aantal bedden bouwen in de woonkamer, waardoor er ook voor hen allen plaats is. ’s Avonds wordt onze eerste dag gevierd met een braai (barbeque), wat bier en enkele flessen wijn. Ben Bladergroen, een afstudeerder van Arian, kwam nog even langs met zijn vrouw Moira. Om 11 uur vertrok iedereen naar bed, om de volgende dag om 9h00 weer te beginnen.

Dag 2: Cape of Good Hoop
De tocht begint met een reis door Kaapstad, door het mooie Constantia, waarna de tocht door gaat naar Cape Point. Aldaar hebben we gewandeld naar de vuurtoren en, uiteraard, naar Kaap de Goede Hoop. Dit is een van de gebieden die slechts met foto’s enigszins te beschrijven is (al mis je daarop de zilte zeelucht en het geluid van de woeste golven die kapotslaan op de rotsen). Na Cape Point gaat de reis al snel verder naar professor Kee, een collega van Ben, die voor ons een grotwandeling in petto heeft. Professor Kee stelt zich voor als David en bljkt een ontzettend aardige man te zijn. Na een glaasje fris te hebben gedronken, vertrekken wij al snel richting de grot. Het blijkt nog een behoorlijke klim richting de grot en het door David meegebrachte sinaasappelsap wordt dan ook naar hartelust gebruikt.

Onderweg vertelt David dat hij maar drie ‘torches’ heeft; wij denken dat het fakkels zijn, maar bij de grot aangekomen, blijken het zaklampen te zijn. 11 mensen die met 3 zaklampen een grot in kruipen blijkt toch behoorlijk donker, maar met een minuutje staan we in een grotere ‘hal’ in de grot. Hier blijkt de tocht spannender te worden dan verwacht: David blijkt de route niet te kennen. Normaal gesproken loopt hij hem in de andere richting en is er maar één weg. Vanaf deze kant zijn er echter wat zijpaden die ook naar de andere kant van de grot lijken te leiden, maar de schijn bedriegt: deze lopen allen dood. Het duurt dan ook wat langer dan de geplande 10 minuten voor we de grot uitzijn, maar gelukkig is niemand bang in het donker en komen we er allemaal levend uit.


De afdaling van de berg leidt ons terug naar het huis van David en naar een braai. Er wordt door David, John (het is ons niet helemaal duidelijk wat John van David is), Moira en Ben als ‘braaimaster’ een heerlijke braai gemaakt, met niet alleen vlees, maar ook tal van andere lekkernijen. We eindigen de avond met goede gesprekken over het onderwijssysteem in Afrika, de acceptatie van homoseksualiteit door Zuid-Afrikanen en tal van andere verschillen tussen Zuid-Afrikanen onderling en Zuid-Afrikanen en Nederlanders. De avond eindigt in de consensus tussen David en John dat zowel Mbeki als Zuma weinig visie heeft.


Dag 3: Vuurpijlen tellen op de Tafelberg
De derde dag begint met een bezoekje aan de pinguïns, die op Boulders Bay in het zuiden van Kaapstad leven. De pinguïns blijken kleiner dan verwacht en niet veel spannender dan in een dierentuin. Wanneer je naar Kaapstad komt ben je verplicht een aantal zaken te zien; de pinguïns kunnen afgevinkt worden. Ook afgevinkt kan een tocht naar Boschendal, een prachtig gesitueerde wijnfarm, waar je je wijn drinkt in de schaduw van een grote eik. Dat uitzicht moet, volgens Arian & de Lonely Planet, ook compenseren voor de smaak van de wijn, die niet al te best is. Hoewel ik lichtjes ziek ben, proef ik toch elk wijntje. De smaak blijkt inderdaad beter te kunnen...

Na het bezoek aan de wijnfarm is het de bedoeling om bij de familie van Ben & Moira een potje cricket te gaan spelen. Omdat ons hele programma wat uitliep bleken we te laat zijn voor het cricket, maar gelukkig zijn we op tijd voor, je raadt het al, een braai! Het is de meest uitgebreidde braai die we hebben meegemaakt, zowel met betrekking tot hoeveelheden eten als met aantal aanwezigen: de hele familie van Ben & Moira blijkt langs te komen. We prijzen ons gelukkig dat deze familie op oudjaarsavond een groep Nederlanders uitnodigd om mee te braaien. Op de braai wordt het vis en het andere vlees overheerlijk klaargemaakt door een aantal mensen die zeer zeker ervaring hebben met braaien. Aan het eind van de avond spelen we nog een potje domino met een aantal familieleden. De regels blijken identiek aan het spel in Nederland, al gaat het gepaard met veel meer expressie: hard op tafel slaan met de stenen, schijnbewegingen en tal van andere manieren om de tegenstander op het verkeerde been te zetten.

Uiteindelijk vertrekken we om half 10, zodat we ons bij de lodge nog even om kunnen kleden alvorens we naar de Tafelberg gaan. Het blijkt druk in de stad, waardoor we na elven bij de Tafelberg aankomen. Helaas blijkt de kabelbaan omhoog dan al niet meer te gaan. Gelukkig is het uitzicht vanaf de flanken van de Tafelberg al prachtig; wanneer later de top van de Tafelberg in een ‘tafelkleed’ van mist verdwijnt, zijn we erg blij dat de kabelbaan ons niet meer mee wilde nemen. Om 00:00 uur blijkt Oud & Nieuw op de Tafelberg een totaal andere ervaring dan in Nederland. Rustig is een eufenisme voor de hoeveelheid lawaai en het aantal vuurpijlen blijkt op twee handen te tellen. Na een half uur rijden wij terug naar de lodge, terwijl Niels, Lex, Joeri en Jeroen tot zes uur door blijven feesten op Long Street. Omdat ik nog steeds lichtjes ziek ben, bevalt de nachtrust mij echter minstens net zo goed.

Dag 4: Robbeneiland?
De planning is om vandaag een bezoek te brengen aan Robbeneiland, het eiland waar Nelson Mandela vele jaren gevangen heeft gezeten. Het blijkt echter dat de boottochten naar Robbeneiland tot en met 8 januari volgeboekt zitten. Dat zit er dus jammer genoeg niet in. We besluiten een rondje te lopen door Bo-Kaap, een moslimwijk in Kaapstad dat vol staat met gekleurde huizen. Vervolgens bezoeken we het Bloubergstrand, met een prachtig uitzicht op de Tafelberg. ’s Middags willen we een bezoek brengen aan het Huguenot memorial. Niet alleen blijkt het Huguenot memorial tegen te vallen, ook ligt het ver weg en raken we elkaar kwijt. Wij (Gertjan, Niels en ik) besluiten terug te gaan naar de lodge, omdat we geen contact kunnen krijgen met de rest. Wanneer we uiteindelijk contact krijgen, is de rest om drie kwartier afstand van de lodge. We regelen een reservesleutel van de lodge, om vervolgens naar de supermarkt te gaan en eten te kopen. De supermarkt blijkt dicht, dus we halen een pizza bij een pizzeria (€ 3,50 voor een large pizza) om die thuis op te eten.

Wanneer we nog maar net thuis zijn, klopt Moira bij ons aan, met de vraag of wij meegaan naar ‘the movies’. Hoewel we een rustavond hadden gepland, kunnen we “I am Legend” natuurlijk niet aan ons voorbij laten gaan en we besluiten dan ook mee te gaan.

Dag 5: Mineraalbaden
De vijfde dag wordt grotendeels gevuld met een rit naar Montagu, een plaats die ten oosten van Kaapstad ligt. Aangekomen bij de lodge blijkt deze nog niet beschikbaar te zijn, dus we besluiten eerst naar de ‘befaamde’ mineraalbaden in de buurt te gaan. Deze blijken niet meer dan een veredeld zwembad (met wel lekker warm water te zijn), waarin we de tijd een paar uur weten te verdrijven. ’s Avonds eten we voor de verandering eens geen braai, maar home-made Chakalaka-soep met vleesballen gemaakt van uitgeknepen worsten (Zuid-Afrikanen kennen geen gehakt...). De avond wordt besloten met het spelen van een spelletje Bang!

Dag 6: Swartbergpas
’s Ochtends vroeg vertrekken we al weer vanuit Montagu richting het plaatsje De Rust, nabij Oudshoorn. Het eerste gedeelte van de route voert ons door de Little Karoo, een landschap dat het best omschreven kan worden als een begroeide woestijn. Het is een erg kaal landschap en komt kil over, hoewel de temperatuur aangenaam is. Op de brede tweebaansweg waar verder niemand rijdt, blijkt dat onze auto’s de 160 kilometer per uur kunnen halen. Omdat bij deze snelheden het stuur erg begint te trillen – en om niet te veel te missen van the mooie natuur op deze ‘scenary route’ – schroeven we de snelheid toch maar terug naar een acceptabele 130.

Aan het begin van de middag komen we aan bij de Swartbergpas, die zijn naam wel eens zou kunnen danken aan enige zwartkleurige begroeiingen op de flanken van de bergen die haar begrenzen. Een zandweggetje voert ons langs een meanderend riviertje omhoog, door een prachtig landschap, waarin we telkens een idyllisch uitzicht hebben op de kloof die zich twee meter links naast onze auto uitstrekt. Het landschap wordt, in tegenstelling tot wat men in Europa zou doen, ook niet verpest door een lelijke, ijzeren vangrail; op sommige plekken is er helemaal geen vangrail, op andere plekken is er een muurtje van gestapelde stenen dat ongeveer 30 centimeter hoog is. Langzaam naar boven rijdend (de auto wil af en toe wat tegenstribbelen) geraken we in een steeds dichtere mist en hebben we onze ruitenwissers nodig om nog enigszins zicht op de weg te houden. Het uitzicht wordt ontnomen, maar de rit blijft prachtig. Langzaam afdalend komen we nog op een plek waar een in de berg gecrasht vliegtuig wordt geborgen, om zo langzaam aan een regenachtige zijde van de bergen te komen.

Na een korte lunch in een restaurant komen we aan het eind van de middag aan in onze lodge, waar de tijd vlug verstrijkt door het houden van enkele raadsels.

Dag 7: Riding the Ostrich
De zevende dag begint met een bezoek aan de Kangoo Caves, druipsteengrotten die in de buurt van onze lodge liggen. Omdat wij onze conditie toch bovengemiddeld waarderen, gaan wij de avontuurlijke route aan: kruipen door de uiterste einden van de caves. Hierbij hoort onder andere een klim door de vrij smalle schoorsteen (‘chimney’) van drie-en-een-halve meter lang en een stukje adem inhouden om door de ‘enveloppe’ met een hoogte van 20 centimeter te komen.


Na het doorkruisen van de Kangoo Caves gaan we naar een struisvogelfarm, waar we eerst een klein college krijgen over het leven van de struisvogel. Daarna is aan mij de eer om een struisvogel te voeren. Dat gaat echter niet op de conventionele manier, maar de struisvogel mag wat voer uit mijn mond eten. Ik laat in het midden of het door mijn angst of door het slordige eetgedrag van de struisvogel komt dat het voer op de grond valt... Het voeren van de struisvogel is niets vergeleken met de echte spanning 15 minuten later: het berijden van de struisvogel. Met je handen kun je je vasthouden achter de vleugels van de struisvogel, waarna het dier je in galop een of meerdere rondjes (afhankelijk van hoe stevig je zit) door de zandbak brengt. Uiteindelijk doet een echte ‘struisvogeljockey’ voor hoe het echt moet: goed vasthouden, maar met één hand de struisvogel sturen; hiervoor gebruik je zijn hoofd als een stuurknuppel: naar links is naar links, naar rechts is naar rechts, naar voren is versnellen en naar achteren... de handrem!

Dag 8: Thee met milktart in the middle of nowhere
Weer een reisdag. Deze keer door echt slecht begaanbare wegen, wederom in de Karoo, maar in tegenstelling tot de vorige reis door de Karoo, een stuk groener en minder woestijnachtig. De reis voert ons weer door een aantal passen naar het theehutje van een oud vrouwtje, die ons een kopje thee met milktart voorschoteld. Na deze korte pauze rijden we door naar Knysna (spreek uit: Neisna), waar we ’s middags de omgeving van de Two Heads verkennen, twee rotsblokken die de ingang van de baai van Knysna markeren.


Dag 9: Communiceren kun je leren
Deze dag begint met een ‘hike’ door de bossen in de buurt van Knysna, waar we de Big Three zien (drie keer raden waarom hij zo heet), maar waar het niet lukt om een van de drie in het bos verborgen olifanten te vinden. Het is een licht avontuurlijke route, met een klein stuk door een beekje en een klein stukje route waarop we bijna verdwalen, maar nog net op tijd tot het inzicht komen dat we de andere kant op moeten gaan.

De middag loopt, door wat licht ongelukkige communicatie, wat anders dan gepland. Eén auto slaat linksaf richting de lodge, de ander, met Arian en mij, had besloten nog een stuk door een pas te rijden. Beiden dachten we dat de ander door had wat we deden. Met wat tegenslag (de mobiel waarnaar Arian en ik sms’en dat wij de sleutel van het huisje hebben werkt niet), komen we uiteindelijk toch weer allemaal bij elkaar en maken we nog een ritje door de pas. De rest van de dag verloopt rustig met het spelen van enkele spelletjes, een einde dat steeds meer dagen begint te markeren.

maandag 21 januari 2008

Aangekomen in Potch

Hallo allemaal,


Drie dagen geleden zijn we na een baie mooie vakantie aangekomen in Potch. Nu begint het echte werk. Omdat mijn laptop momenteel nog geïnstalleerd moet worden, even een kort berichtje vanaf de laptop van Niels. Het hele vakantieverslag is al af, dus dat zal binnenkort online gezet worden. Bereid je maar vast voor op een lang verhaal :-).


Alvast even een foto als sneak preview!


Groet,


Emiel